Text Size

Font size:  
  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 100%

In 1633 veroverde Nederland Bonaire op de Spanjaarden. Het kwam onder het gezag van Wouter van Twiller, gouverneur van de nieuwe Nederlanden, en kwam onder bestuur van de West-Indische Compagnie. Deze importeerde een klein aantal slaven voor landbouw (voornamelijk hout en maïs) en zoutwinning. Slaven die in de zoutwinning werkten, verbleven in slavenhutjes bij de zoutpannen, nauwelijks hoger dan 2 meter. Deze hutjes zijn nog steeds te zien op Bonaire. De slavernij is in 1863 afgeschaft op Bonaire. In het begin van de negentiende eeuw verloor Nederland de heerschappij over de Antillen twee maal aan Groot-Brittannië. Toen de eilanden in 1816 definitief aan Nederland werden toegewezen, bouwde de Nederlandse overheid Fort Oranje in Kralendijk om het eiland te beschermen. De kenmerkende vuurtoren in het fort is gebouwd in 1868. Zout was inmiddels de grootste bron van inkomsten voor het eiland. De productie was zo groot geworden dat er vier obelisken gebouwd werden om de schepen naar de zoutpannen te leiden. In de twintigste eeuw werd tenslotte de haven vernieuwd en werd een vliegveld, Flamingo Airport, aangelegd. In 1936 kregen mannen stemrecht. Gedurende de Tweede Wereldoorlog diende Bonaire als concentratiekamp voor gevangen Duitsers en Nederlandse nazi's. Onder koningin Juliana werden de Antillen in 1954 een autonoom deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Op 10 oktober 2010 werden de Antillen ontmanteld en werd Bonaire een Openbaar Lichaam van Nederland.