Text Size

Font size:  
  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 100%

Muziek is een belangrijke bindende factor binnen de lokale cultuur van Bonaire. De lokale muziek heeft tal van invloeden van buitenaf die haar nog meer verrijkt heeft. In het algemeen kan worden gesteld, dat de Bonaireaanse dansmuziek van Afro-Iberische oorsprong is en verwantschap vertoont met die van het omliggend gebied. Van een Nederlandse invloed is geen sprake geweest.

Voor de typische volksdansen werd gebruik gemaakt van instrumenten als de tambú, bastèl, benta, agán, kachu, chapi, wiri, maraka en de kaha di òrgel. De primitieve instrumenten die bij de slaven gebruikt werden waren: de karkó, de tambú, de bastèl, de benta, de kachu en de agán, de triangel, de wiri, de bamba (op Bonaire) en de chapi. De Bonaireanen blijken buitengewoon vindingrijk te zijn als het gaat om het maken van muziekinstrumenten. Beroemd is de Bari of drum. Deze bestaat uit een kleine cilinder met een gespannen schaapshuid. In de liedjes klinkt de traditie door evenals de liefde van de Bonaireaan voor zijn eiland en de omringende natuur.

Bastèl

Een slag instrument, dat bestaat uit een voor driekwart met water gevulde tobbe en een halve, uitgeholde kalebas (crescentia cujete) die met de holle kant op het water drijft, werd bespeeld met de toppen van de vingers, waarmee op de bolle kant van de kalebas werd getrommeld.

Bekú

Een muziekinstrument gemaakt van een uitgeholde sorghostengel van 40 a 50 cm lengte en 2 cm dikte. Op ongeveer 3 cm van een der gaatjes, echter op de lijn die gevormd wordt door de twee gaatjes, wordt in de lengte van de stengel een tongetje ingesneden, waardoor beurtelings wordt geblazen en gezogen. De toonhoogte-verschillen worden verkregen door de gaten met de duimen beurtelings af te sluiten en te openen.

Benta

Een muziekinstrument bestaande uit een gebogen tak van de karawara (cordia alba), of een andere taaie houtsoort, waarop de vezel van een kokosblad wordt gespannen. Een der uiteinden van de boog wordt zodanig tegen de geopende lippen gehouden dat de mondholte als resonator kan dienen. Om tonen voort te brengen wordt de vezel in trilling gebracht door er met een stokje, de manigueta, vlak bij de mond tegenaan te tikken. De toonhoogte wordt veranderd door de mondholte te vergroten of te verkleinen; dit gebeurt door bewegingen met de tong. De spanning van de vezel wordt gewijzigd door er met een stuk metaal of met de achterkant van een mes tegenaan te drukken.

Bamba

Een muziekinstrument dat uit twee uitgeholde stukken bamboe, kaña brabu genaamd, bestaat. De bamboestengels treft men aangespoeld op de kusten Bonaire en Curaçao aan. Uit deze stengels, met een doorsnee van ongeveer 7 á 8 cm, worden twee stukken van ongelijke lengte - 60 en 70 cm - gesneden. Met uitzondering van het onderste tussenschot worden alle andere tussenschotten van ieder stuk doorgestoken. Het onderste deel van de bamba wordt 10 cm onder het niet doorgestoken tussenschot afgesneden. De bamba wordt bespeeld door er ritmisch mee op een harde bodem te stampen.

Kachu

Blaasinstrument gemaakt van een koehoorn, ongeveer 35cm lang. De punt wordt van de koehoorn gesneden zodat een vingergat met een doorsnede van 6 á 8mm ontstaat. Op een afstand van 1/3 van de hoorn, gemeten vanaf de punt, wordt een mondgat met een doorsnede van ongeveer 2cm geboord aan de bolle zijde van de hoorn. Het instrument wordt met dezelfde blaastechniek als bij een trompet bespeeld, terwijl de toon-hoogte mede veranderd wordt door de hand- en vingerbewegingen aan de open kant (het paviljoen'') en het al of niet sluiten van het vingergat van de koehoorn.

Wiri

Instrument gemaakt van een stuk ijzer, koper of staal dat in de lengte wordt gebogen tot een hele of halve cilinder. Dwars over de cilinder worden over de gehele lengte gleufjes ingevijld waarover bij het bespelen met een dun ijzeren staafje ritmisch wordt gestreken.

Karkó

Queen conch of kinkhoorn (Strombus gigas) is het grootste schelpdier van de Nederlandse Antillen. Gave schelpen werden vooral vroeger gebruikt als blaasinstrument voor allerlei gelegenheden, terwijl vissers bij windstilte het loeiende geluid van de kinkhoorn lieten horen om de luchtgeesten uit de slaap te wekken.